Skip to main content
home-page
Terreinwagen die boringen doet

Sabotage PFAS-onderzoek

19-02-2024

Vandaag blijkt dat de peilbuizen die afgelopen vrijdag (16 februari ’24) werden, door onbekenden vernield zijn. De peilbuizen zijn nochtans nodig om de aanwezigheid en verspreiding van PFAS in kaart te brengen. Het opsporen van bronnen van PFAS en het tegengaan van verdere verspreiding ervan, is van groot belang voor de volksgezondheid. PFAS breken immers niet vanzelf af in de natuur en komen door verdere verspreiding in drinkwater en voedsel, en dus ook in ons lichaam terecht.Vorige week informeerden we over het geplande onderzoek naar de verspreiding van de PFAS die we einde vorig jaar vaststelden. Onderzoekers plaatsten afgelopen vrijdag extra peilbuizen rondom de stortplaats en op locaties die de erkende bodemsaneringsdeskundige aanduidde. Vanmorgen stelden ze vast dat die nieuwe buizen en een buis die al langer aanwezig was, vernield werden. Ze zijn nochtans nodig om grondwaterstalen te nemen, die samen met bodemstalen rondom de peilbuizen in kaart moeten brengen in hoeverre de PFAS zich in de grond en in het grondwater heeft verspreid. Het is immers van groot belang voor mens en milieu dat we de aanwezigheid en de verspreiding van de PFAS grondig in kaart brengen. We roepen alle burgers op om zich verantwoordelijk te gedragen en dit onderzoek niet tegen te werken. De provincie Antwerpen en De Vlaamse Waterweg leggen over deze feiten klacht neer bij de politie en de bijzondere veldwachters zullen de komende periode extra waakzaam zijn. De recente vaststelling van PFAS versterkt de urgentie en de saneringsnoodzaak van het gebied en bevestigt de eerder als beste gekozen saneringstechniek, namelijk via de afdekking van het stort met folie en grond.

Aanduiding verlaten nest van vermoedelijk zwarte kraai, copyright Greenspot, 13 januari 2023

Ecologisch onderzoek bevestigt eerdere vaststellingen

15-02-2024

Foto: Aanduiding verlaten nest van vermoedelijk zwarte kraai, copyright Greenspot, 13 januari 2023 Geen vleermuiskolonies en heel beperkte aantallen zeldzame fauna en flora in een gebied van 35 hectare, dat is de conclusie van het ecologisch onderzoek in de kleiputten van Terhagen. Het weegt helaas niet op tegen de zware verontreiniging met veel impact op de omgeving, zowel op de mens als op het milieu. De saneringsnoodzaak en de gekozen saneringstechniek houden dan ook stand. Voor de herinrichting zetten we maximaal in op kwaliteitsvolle natuur toegankelijk voor wandelaars en fietsers, en aantrekkelijk voor zeldzame fauna en flora. Bij de schorsing van de Omgevingsvergunning in 2022 kregen we mee dat ‘op het eerste gezicht’ het terreinonderzoek naar vleermuizen en vogels onvoldoende was en te veel gebaseerd op expertbeoordeling. We namen meteen actie en lieten een jaar lang bijkomend ecologisch terreinonderzoek uitvoeren. Zo houden we bovendien de ecologische informatie van het project actueel. Het eerste onderzoek met de expertbeoordeling gebeurde door erkende deskundigen biodiversiteit van Arcadis en door wetenschappers van het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Het tweede onderzoek deed het ecologisch bureau Greenspot. De stuurgroep van 31 januari 2024 nam kennis van de resultaten. Bevestiging eerdere vaststellingen Het grootste deel van het gebied bestaat uit jong zachthoutbos (wilgen, berken, ...) dat geen potentiële vleermuisbomen bevat. Op het talud aan de zuidrand van de visvijver staan een paar oudere bomen met holtes, maar hun stammen zijn nog dun en ze staan niet in een gesloten bos. Dat maakt ze niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er werd in ieder geval geen zwermgedrag van vleermuizen vastgesteld. Er werden wel enkele solitair jagende vleermuizen gespot. In het hele gebied zijn er nagenoeg geen grote oude bomen, interessant voor nesten van roofvogels. Verspreid werden enkele (speel)nesten van ekster en een vermoedelijk nest van zwarte kraai waargenomen. Er werden ook broedvogels gespot waarbij enkele vogels van een kwetsbare soort, namelijk de staartmees, de Certti’s zanger, de fitis en de tuinfluiter. Enkele kwetsbare soorten die in 2017 nog in het gebied aanwezig waren, werden niet meer waargenomen, bijvoorbeeld de zomertortel, matkop en nachtegaal. Wat zeldzame flora betreft, werden op de vroegere groeiplaatsen van gevlekte orchis en bosorchis geen exemplaren meer aangetroffen. Men vond wel een tiental plantjes van het zeldzame klein wintergroen. Conclusie van het onderzoek: Er zijn geen vleermuiskolonies aanwezig en slechts heel beperkte aantallen zeldzame fauna en flora.  Die conclusie sluit naadloos aan bij het eerdere onderzoek van Arcadis en de wetenschappers van INBO.  Ze was ook volledig voorspelbaar door het jonge karakter van het bos en het exclusief voorkomen van zacht hout wat het gebied (nog) niet aantrekkelijk maakt voor spechten en daardoor ook niet voor vleermuiskolonies.  En door het gebrek aan beheer en de zeer grote dichtheid van het bos zijn ook orchideeënsoorten die van licht houden, verdwenen. Die conclusie en het gegeven dat de zware verontreiniging door asbest, PFAS en huisvuil zwaar doorweegt op de gezondheid van mens en milieu, nu en op lange termijn, doet de saneringsnoodzaak standhouden. Ook de eerder bepaalde saneringstechniek blijft de beste keuze, zeker omdat ondertussen blijkt dat in het huisvuilstort hoge gehalten PFAS voorkomen waarvoor inkapseling ook de beste techniek is. Na de sanering zullen we het gebied herinrichten naar een nieuw inheems bos met een veel grotere soortendiverisiteit, waaronder ook hardhoutsoorten.  Dat bos zal op termijn ook, en vermoedelijk meer, zeldzame fauna en flora aantrekken. Een belevingsvol landschap na de sanering Het landschap dat we na de sanering willen realiseren, bestaat uit een nieuw bos van inheemse loofbomen dat het wilde, reliëfrijke en ruige karakter van vandaag doet herleven. Enkele onverharde en semiverharde paden maken het toegankelijk voor wandelaars, fietsers en beoefenaars van andere laagdynamische recreatie. De heraanleg van trage wegen verbetert bovendien de fiets- en wandelmobiliteit doorheen het gebied. Het gebied wordt na de sanering ook ecologisch interessanter door de aanleg van een groene  corridor naar de Rupel en de aanleg van een rietmoeras waar momenteel visvijvers voorkomen. De groene corridor omvat een beek, amfibiepoelen, een ruime ecotunnel en bebossing. Het volledige  gebied zal als een spons voor de omgeving werken omdat de opslagcapaciteit voor water veer groter zal zijn dan vandaag het geval is. Nu heeft het hele gebied immers een bodem bestaande uit afval of uit ondoordringbare klei. In periodes met veel neerslag zal het gebied water opslaan, in plaats van afvoeren naar de Rupel, en wateroverlast stroomafwaarts voorkomen. Dankzij die wateropslag blijven ook in tijden van droogte kleine plasjes staan, die nuttig zijn voor amfibieën. Bovendien vormen het inheemse bos, de groene corridor, de beek, de amfibiepoelen, de ecotunnel en het rietmoeras, de ideale omgeving voor zeldzame fauna en flora. Het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) zal de aanleg van het klimaatbestendige bos, met meer droog bos en tegelijk een verbeterde natte natuurstructuur, begeleiden. Naast de reservering van de nodige middelen moet dat ervoor zorgen dat het bos zo snel mogelijk na de sanering volgroeid is. Lees het volledige rapport: Rapport Ecologisch onderzoek Kleiputten Terhagen door Greenspot, dd. 8 januari 2024 Kaart 1a Broedvogels dd 4 april 2023 Kaart 1b Broedvogels dd 1 mei 2023 Kaart 1c Broedvogels 14 mei 2023 Kaart 1d Broedvogels 3 juni 2023 Kaart 2a Broedterritoria watervogels, spechten, duiven Kaart 2b Broedterritoria zangvogels  

Lees alle berichten

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen van het project dankzij onze digitale nieuwsbrief

Ontvang nieuws uit de kleiputten