De effecten van sanering en heraanleg op het oppervlakte- en grondwater in de kleiputten

Het MER, milieueffecten rapport, voor de sanering en de herinrichting van de kleiputten werd in december goedgekeurd. Onafhankelijke experten onderzochten de impact van de sanering en inrichting van het nieuwe landschap op de omgeving. We gaan hier dieper in op de effecten die de sanering en de heraanleg hebben op het water in het kleiputtengebied.


Situering bronpercelen verontreiniging anionen en kationen in grondwater.

Dit zijn de belangrijkste conclusies:

Grond- en oppervlaktewater

Met de sanering worden 2 historische stortplaatsen en het tussenliggende gebied en ook de verontreiniging van het (grond)water over het volledige inrichtingsgebied aangepakt.
De waterkwaliteit, zowel van grondwater als oppervlaktewater, werd in de INBO studie als slecht beoordeeld.
Aangezien de zones met hoogste concentraties anionen en kationen worden afgedekt en het hemelwater boven deze zone gecontroleerd afgevoerd wordt, zal er minder uitloging optreden en zal dit een positief effect hebben op de kwaliteit van het water dat de site richting Rupel verlaat.


Waterhuishouding
Met de sanering en de creatie van de nieuwe morfologie zal het huidige afwateringssysteem in het projectgebied gewijzigd worden. Het projectgebied zal volledig afwateren naar de Rupel. Het grondwater zal zich door de sanering en de creatie van een nieuw landschap op veel plaatsen dieper bevinden dan vandaag het geval is. Het projectgebied zal hierdoor over grote delen duidelijk droger worden. Lokaal zal echter water stagneren zodat vochtige plaatsen en open waterpartijen zich kunnen ontwikkelen. Natte zones hebben immers een meerwaarde voor fauna en flora. In de nieuwe morfologie worden de lager gelegen gebieden rondom de noordelijke plas natter.

De drainagegracht zal niet langer afstromen in de lager gelegen zones rond de noordelijke plas. Deze drainagegracht stroomt uit landbouwgebied en kan dus stikstof en fosfor bevatten. Daarom zal ze worden afgeleid naar het te creëren rietmoeras waar haar beperkte belasting geen enkel ecologisch probleem vormt omwille van de goede doorstroming en het zuiverend vermogen van het rietmoeras. Het rietmoeras wordt aangelegd op de locatie van de huidige centrale vijvers en zal op natuurlijke wijze van hoog naar laag afwateren.

Er komt een natte natuurverbinding tussen het inrichtingsgebied en de Rupel doordat er in het ontwerp een centrale vallei wordt voorzien tussen de geplande reliëfheuvels in en doorheen de ecocorridor Molleveld naar de Rupel.

De effecten van het project op de afwatering worden als aanzienlijk positief beoordeeld. Dit omdat een volledig natuurlijke afstroming wordt gecreëerd (vandaag gebeurt de afwatering deels artificieel via pomp) en er bovendien positieve effecten optreden voor fauna en flora ten opzichte van de bestaande toestand.


Tijdens de aanvullingswerken zullen volgende milderende maatregelen nodig zijn:

De afwatering van het inrichtingsgebied moet tijdens de werken gegarandeerd worden door regelmatige inspectie en ruiming van de bestaande afvoeren. Wanneer nodig, moet er een nieuwe afvoer worden gecreëerd met voldoende mogelijkheden voor ruiming (voldoende diameter en voldoende inspectiemogelijkheden).

Bij de aanvulling moet er variatie in vochttrappen gecreëerd worden door het aanbrengen van een verdichte bodemlaag in de heuvels met de glauconietrijke Formatie van Berchem, op een diepte van 1 - 1,5 m. Op plaatsen waar men natte standplaatsen wil creëren, mag de diepte van deze laag beginnen op 50 cm diepte.

Tijdens de werken van bemaling en drainage zullen de volgende milderende maatregelen nodig zijn:

Het bemalingswater dat vrijkomt bij de inkokering van het jaagpad zal geloosd worden in de Rupel. Het bemalingswater en drainagewater van de tunnel onder de Kapelstraat wordt geloosd in de overwelfde Potgatbeek ten zuiden van de Kapelstraat en stroomt zo naar de Rupel. Voor deze lozingen moet voldaan worden aan de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater van VLAREM II. Alvorens lozing in de Rupel zal dit bemalingswater onderzocht worden op aanwezigheid van arseen, CZV (Chemisch Zuurstofverbruik), pH (zuurtegraad), en de nutriënten Kjedahl-N, totaal fosfor en orthofosfaat. De opvolging van de lozingsnormen zal gebeuren via periodieke monitoring. Bij start van de bemaling en drainage zal die wekelijks gebeuren gedurende één maand en vervolgens maandelijks. De frequentie van monitoring (zeker de wekelijkse monitoring) kan sneller afgebouwd worden in functie van de resultaten. Wanneer de concentraties in het onttrokken bemalings- en drainagewater ver onder de geldende lozingsnormen liggen, kan de frequentie worden afgebouwd.

Het onttrokken bemalings-/drainagewater van de tunnel onder de Kapelstraat, zal na zuivering, maximaal worden gebruikt bij het besproeien van de werfwegen en de grondaanvullingen.