Parkeerflap eerste ontwerpworkshop

Tijdens de eerste ontwerpworkshop belandden een aantal vragen op de 'Parkeerflap'. 

We formuleerden op elke vraag een antwoord:

Het lijkt erop dat er al beslist is welke van de 3 voorgestelde saneringsvarianten zal gekozen worden. Op de startvergadering in De Schorre werd er duidelijk gecommuniceerd dat er nog niets over beslist was. Er werd zelfs de illusie gecreëerd dat ook het nulalternatief werd bekeken. De duidelijke eis van bevolking is dus niet meegenomen.

De wijze van sanering is geen onderwerp voor participatie. Het is immers een beslissing waarop de eigenaars zelf geen vrije keuzemogelijkheid hebben. 

Niet iedereen kan zomaar bepalen hoe een sanering moet uitgevoerd worden. Daarvoor zijn er erkende bodemsaneringsdeskundigen. De erkenning houdt in dat ze de nodige expertise hebben om een bodemsaneringsproject uit te schrijven (dit is een heel technische aangelegenheid) en dat ze dit op een onafhankelijke en objectieve manier tov de saneringsplichtige doen. Uiteindelijk gaat het om het halen van saneringsdoelstellingen en wat daar voor nodig is. Dit kan niet bepaald worden door de eigenaars en saneringsplichtige zelf, en ook niet door andere derde partijen (zoals bijvoorbeeld omwonenden). Het is aan een door OVAM erkende bodemsaneringsdeskundige om op basis van zijn expertise een saneringstechniek te bepalen en vervolgens een aantal varianten binnen die saneringstechniek ten opzichte van elkaar te vergelijken.

Zie ook ‘Hoe saneren?’ 

Op de eerste ontwerpworkshop gaven we het resultaat van de afweging door de bodemsaneringsdeskundigen weer. De BATNEEC-saneringsvariant (lees: de beste variant aan aanvaardbare kost) beslaat een bepaalde oppervlakte. Het is belangrijk dat de participanten weten over hoeveel ha het gaat. De BATNEEC-sanerinsvariant is de variant die bestaat uit gedifferentieerde afdekking en een aanvulling tussen de stortplekken en beslaat een oppervlakte van 35ha.

Er is een minimalistische afdekking als variant bestudeerd en berekend. Dit werd ook toegelicht in de presentatie tijdens de eertse ontwerpworkshop.

De minimale sanering is uitgerekend en toegelicht tijdens de eerste ontwerpworkshop. Deze heeft een minimale impact van 19ha en vereist een grondvolume van minimaal 802 000m³. Deze variant werd dus bestudeerd en berekend. Deze minimalistische variant wordt samen met andere varianten afgewogen in het bodemsaneringsproject. Deze zogenaamde BATNEEC-afweging (Best Available Technique Not Entailing Excessive Costs of beste techniek aan een aanvaardbare kost) gebeurt door erkende deskundigen die hun werk moeten doen via een vaste methodiek die een MultiCriteriaAfweging omvat. Deze vaste methodiek is hier beschreven:

Op basis van de standaardprocedure beschrijft het studiebureau de BATNEEC-saneringsvariant in detail. Uiteindelijk is het OVAM die het voorgestelde bodemsaneringsproject met uitwerking van de BATNEEC-saneringsvariant wel of niet goedkeurt (conform verklaart). 

De prijs van de sanering is een criterium om te beslissen over welke sanering zal toegepast worden. Maar ook de prijs van de nabestemming speelt zijn rol. Je moet de totaalprijs bekijken! Bovendien is de maatschappelijke waarde als natuurgebied onbetaalbaar. Geld mag geen grote invloed hebben. Als geld een argument is, heb je het risico dat gewoon alles wordt volgegooid, want dat is toch het goedkoopst!?!?

Het aspect prijs en financiering speelt in dit dossier op 2 niveaus.

·        Wat de keuze voor de saneringsvariant betreft, wordt de vergelijkingsmethodiek gevolgd. Kostprijs is daarbij steeds één van de elementen naast andere criteria zoals milieucriteria en technische criteria. Het belang dat hierbij aan prijs wordt gegeven ten opzichte van andere criteria ligt vast in de methode en is geen keuze van de eigenaars. Kostprijs is dus steeds een element dat meespeelt bij de afweging  door OVAM. Meer info op de website van OVAM

·        Wat het globale project betreft, speelt kostprijs uiteraard een rol. We moeten saneren maar we willen ook een zinvolle nabestemming creëren. Dat kost allemaal geld maar de middelen van de provincie Antwerpen en de Vlaamse Waterweg zijn niet oneindig. Ook hier moet zorgzaam omgegaan worden met overheidsmiddelen en moeten we de kosten en baten tegen mekaar afwegen. De wens tot berging van 4,5 mio m³ gronden kwam voort uit de bezorgdheid over een zorgzame omgang met overheidsmiddelen maar is geen randvoorwaarde. Dit werd ook toegelicht tijdens de eerste ontwerpworkshop. Het maatschappelijke draagvlak voor het op te maken inrichtingsplan zijn voor alle projectpartners belangrijk.

Het voornaamste resultaat van de participatie en de daaropvolgende sanering moet zijn dat het gebied opnieuw gezond wordt gemaakt. Dat geldt zowel voor mensen als voor natuur. 

Wij zijn bezorgd om de impact van de participatie:

  • Schrik dat er voorbedachtheid is bij de 4 partners

  • Gevoel dat ons bepaalde info wordt onthouden, gestuurd/sturend wordt weergegeven,….

  • De “randvoorwaarden” zijn beperkend: de 4,5 miljoen m³ grond is financieel bindend, slechts de 3de saneringsoptie wordt als haalbaar bestempeld….

Enkele suggesties:

  • Kan de website voor de ideeën vanaf nu ook gebruikt worden om alle officiële dossiers ivm de kleiputten openbaar te maken?

  • Kan daar ruimte zijn voor concrete vragen die dan ook beantwoord worden?

Het saneringsproject en de nabestemming van het gebied is een complex proces met verschillende procedures en deelprocessen. Daardoor zijn de zaken voortdurend in beweging. Er is al heel wat informatie beschikbaar maar er lopen ook nog veel studies of onafgewerkte procedures. Hierdoor is niet alle informatie definitief en komen er regelmatig nieuwe inzichten. De projectpartners proberen iedereen zo veel mogelijk op de hoogte houden van zodra nieuwe gegevens of inzichten beschikbaar zijn.  

Sommige kunnen leiden tot een heroriëntering van het dossier.  Het verschil tussen een ‘eerder technisch dossier sanering-verondieping’ (cfr de kennisgeving MER) en een ‘participatief proces sanering-eindinrichting-herbestemming’ is groot.  Het zou jammer en vooral onjuist zijn deze koerswijzigingen als voorbedachtheid weg te zetten.

Sommige technische aspecten van het dossier (afweging saneringsvarianten, geschiktheid van gronden Oosterweel voor verschillende toepassingen, … ) zijn elementen die maar tijdens het proces volledig duidelijk worden.

Er werd niet aangegeven dat er slechts één saneringsoptie is. Er werd toegelicht dat een van de saneringstechnieken volgens de standaardprocedure eruit komt als BATNEEC (beste techniek aan een aanvaardbare kost). Zie ook antwoorden op voorgaande vragen.

Er werd duidelijk en bij herhaling aangegeven dat 4,5 mio m³ bergen niet bindend is, maar dat dit getal voorkomt uit een bezorgdheid van de projectpartners om zorgvuldig om te gaan met overheidsmiddelen.

De projectpartners communiceren doorheen het proces zo helder en transparant mogelijk over nieuwe inzichten en stappen in het proces, rekening houdend met formele procedures.

Bezorgdheid over de inspraak. Het volstorten werd reeds beslist in januari 2017. Er moet maar 20% gesaneerd worden. De vraag is hoeveel er moet gesaneerd worden en dan pas de invulling

Het huisvuilstort en het asbeststort zijn de belangrijkste oorzaken van grondwaterverontreiniging. Maar het Oriënterend en Beschrijvend Bodemonderzoek stelt vast dat ook het gebied tussen de beide storten verontreinigd is. Er is dus verontreiniging vanuit een veel groter gebied dan van de 2 grote stortplaatsen. Je kan het OBBO hier nalezen alsook de conformiteitsverklaring van OVAM om in detail kennis te nemen van de verontreiniging en de conclusies die daaruit worden getrokken. Zie ook ‘Waarom saneren’ voor een samenvatting.

Volgens de huidige informatie vanuit het bodemsaneringsproject is de te saneren oppervlakte 35 ha groot.

Het volume grond dat finaal op deze oppervlakte of andere delen van het participatiegebied zal gebruikt worden is afhankelijk van de inrichting die uit het participatietraject komt. Enkel over de oppervlakte van 35 ha is een volume grond minimaal vereist voor sanering.

Aangezien de wijze van sanering niet door eigenaars kan worden bepaald, maar finaal door OVAM wordt opgelegd (zie ‘Hoe saneren’), gaat de participatie over het opmaken van een gedragen landschapsontwerp en niet over de wijze van sanering.

We zoeken naar een nieuwe invulling voor het hele gebied dat momenteel op het gewestplan aangeduid staat als 'Golf'. Vandaar dat het gehele projectgebied ongeveer 55ha beslaat.

 

Ik voel mij gefrustreerd omdat er mij/ons geen correcte info gegeven wordt: de vervuilde zone bedraagt in totaal 20 % van het totale gebied = wat gesaneerd moet worden. Ik vind het onnodig om voor die 10 ha ontwerpsessies te houden: dit gebied (“schorre 2) kan blijven zoals het is (op de te saneren 10ha na)

Zie bovenstaand antwoord. 

De oppervlakte 10 ha is niet correct. De BATNEEC-saneringsvariant (beste techniek aan een aanvaardbare kost) heeft een oppervlakte van 35 ha.

We zoeken naar een nieuwe invulling voor het hele gebied dat momenteel op het gewestplan aangeduid staat als 'Golf'. Vandaar dat het gehele projectgebied ongeveer 55ha beslaat. Afhankelijk van de gekozen eindinvulling blijven delen van het gebied onaangetast.

 

Volksraadpleging

Democratie moet zijn werk doen

Minimale sanering uitrekenen

De vervuiler betaalt. Eerst de natuur, niet de winst.

Burgerreferendum

Het participatietraject rond de kleiputten tracht de verschillende stemmen omtrent het gebied zo goed mogelijk in een gemeenschappelijk gesprek te brengen. Het gebied is groot en de ideeën rond de invulling zijn erg divers. Doorheen dit traject trachten we deze diversiteit aan ideeën samen te brengen. Dat proces van samen oplossingen zoeken en met elkaar overleggen is niet mogelijk in een referendum waar enkel voor/tegen kan gepeild worden. 

De projectpartners zijn ervan overtuigd dat het gebruikmaken van de kennis van buurtbewoners en (mogelijke) gebruikers uiteindelijk inhoudelijk het beste resultaat voor het gebied oplevert. De interactie biedt kansen voor creatieve invullingen en biedt zekerheid dat het gebied op maat van omwonenden en andere gebruikers wordt ingericht.

‘De vervuiler betaalt’ is een goed principe, maar in dit geval niet van toepassing op basis van de geldende wetgeving. Gezien de historiek van grondoverdrachten kunnen de vervuilers niet meer financieel aansprakelijk gesteld worden voor de sanering. Het is aan de huidige eigenaars om dit probleem aan te pakken.

 

Waarom is de visclub een randvoorwaarde?

Zie Veelgestelde vragen: Wat met de visclub?

Geen volledige kaalslag

Enkel over de oppervlakte die volgens de BATNEEC-saneringsvariant afgedekt zal worden (35 ha) is (tijdelijke) kapping van bos vereist. Voor de rest van het gebied is eventuele (tijdelijke) ontbossing afhankelijk van het op te maken landschapsontwerp en inrichtingsplan.

Alle bossen zijn spontaan ontwikkeld en gemiddeld ca 20 jaar oud. De projectpartners willen alle ontbossingen maximaal in het gebied zelf compenseren door herbebossing.

Zie de veelgestelde vragen over het kappen van bomen.

 

Sanering faseren! Minimaal gelijktijdig ruimtebeslag.

Op welke manier de werken gefaseerd kunnen verlopen, is momenteel onmogelijk te zeggen. Dit zal deels afhangen van de sanering, maar ook van het uiteindelijke landschapsontwerp dat tijdens het participatietraject wordt ontwikkeld. Zodra er meer info over deze planning kan gegeven worden, zal die ook gecommuniceerd worden.

De projectpartners vragen aan de aannemer om de toegang tot het gebied mogelijk te houden tijdens de werken.

 

Mountainbiken gecontroleerd:

  • Geen wildgroei aan trajecten

  • Geen plakkaatjes aan de bomen

Of en hoe mountainbiken in het gebied mogelijk wordt gemaakt zal uitgemaakt worden in het participatietraject. Deze bezorgdheid is genoteerd voor het vervolg.